Skip to main content

How can we help you?

  • Public law
  • 02-06-2021

De energietransitie: op verschillende niveaus (publiek en privaat) wordt toegewerkt aan de overgang van fossiele brandstoffen (olie, aardgas, steenkolen) naar duurzame energie (zon, wind, aardwarmte). Bodemenergie uit de ondiepe ondergrond (< 500 m) speelt daarbij een belangrijke rol. Steeds vaker worden 'open' of 'gesloten' bodemsystemen aangelegd om te voorzien in (particuliere) warmtevoorziening. Dit blog concentreert zich op de zogeheten 'gesloten' bodemsystemen. De Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: "ILT") constateert in een recente Signaalrapportage dat bij de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen boorbedrijven onvoldoende rekening houden met de eisen die daaraan wordt gesteld, waardoor risico’s ontstaan voor het milieu. De ILT pleit voor een actieve rol van bedrijven, omgevingsdiensten en gemeenten om dergelijke risico's te voorkomen. 

 

Achtergrond

Bodemenergie biedt een alternatief voor het gasgebruik door Nederlandse huishoudens. Met bodem-energie kunnen onder meer gebouwen en woningen op een duurzame manier worden verwarmd en gekoeld. Met het Wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen (Stb. 2013, 112) zijn per 1 juli 2013 een aantal algemene maatregelen van bestuur gewijzigd met als doel het installeren en in werking hebben van bodemenergiesystemen te vergemakkelijken. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen 'open' en 'gesloten' bodemenergiesystemen:

  • bij open bodemenergiesystemen worden onttrekkings- en infiltratiebronnen aangelegd, waar het grondwater uit omhoog gepompt wordt. Nadat dit grondwater voor verwarming of verkoeling is gebruikt, wordt dit weer teruggebracht in de bodem. Voor het in gebruik hebben van een open bodemenergiesystemen is altijd een onttrekkingsvergunning van de provincie nodig op grond van de Waterwet. 
  • bij gesloten systemen wordt geen grondwater verplaatst, maar wordt door gesloten leidingen vloeistof (meestal met toegevoegde antivriesmiddelen) door de bodem geleid om aan de bodem warmte of koude te onttrekken. Anders dan voor een open bodemenergiesysteem, is voor het in gebruik hebben van een gesloten systeem geen onttrekkingsvergunning vereist. Wel geldt er een meldplicht op grond van het Besluit lozen buiten inrichtingen dan wel het Activiteitenbesluit.

Voor beide systemen gelden verschillende wettelijke vereisten zowel met betrekking tot de aanleg, als het in gebruik hebben ervan.

Mede gelet op de (internationale) afspraken en intentieverklaringen over de afbouw van het gebruik van aardgas, is sinds begin van deze eeuw het gebruik van deze energiebron aanzienlijk toegenomen. Voor de bodemenergiesector geldt thans een doelstelling van circa 8.000 open en circa 150.000 gesloten systemen in 2023. Deze ontwikkeling legt een toenemend beslag op de beperkte ondergrondse ruimte, waaruit het Nederlandse drinkwater wordt geproduceerd. Voor een verantwoordelijke en duurzame inzet van bodemenergie en bescherming van de drinkwatervoorraad tegen verontreiniging, moeten bedrijven bij het aanleggen van dergelijke systemen rekening houden met een aantal vereisten, zoals:

  • de systemen moeten niet te dicht bij elkaar liggen, omdat anders minder energierendement is te behalen;
  • de boorgaten moeten voldoende worden afgedicht, zodat geen verontreiniging kan plaatsvinden;
  • boorbedrijven moeten tijdens de aanleg van dergelijke systemen geen milieuschadelijke middelen gebruiken.

Signaalrapportage: bevindingen ilt

Via voornoemde vergunning- en meldplichten, worden provincies en gemeenten (en namens de gemeente vaak: omgevingsdiensten) in staat gesteld preventief toezicht te houden. Indien dat toezicht afdoende wordt uitgevoerd kan het risico op menging van verschillende grondwatertypen en de verspreiding van bestaande verontreinigingen worden beheerst. De ILT houdt zelf ook toezicht op de aanleg van bodemenergiesystemen op basis van meldingen van overtredingen door omgevingsdiensten, gemeenten en provincies aan de ILT. 

In maart 2021 publiceerde de ILT een 'Signaalrapportage', waarin veelvoorkomende risico's bij de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen door de ILT in kaart zijn gebracht. De ILT constateert dat de naleving van de vereisten die gelden voor gesloten bodemsystemen in de periode van 2016 tot en met 2020 slecht was. De ILT constateert dat boorbedrijven onvoldoende rekening houden met de vereisten bij de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen. Dit resulteert in onnodige risico's voor het milieu en verontreiniging van het drinkwater. Bij circa 75% van de inspecties uitgevoerd door de ILT werden afwijkingen van normdocumenten geconstateerd. Hierbij kon bij de helft van de overtredingen risico's voor de bodem ontstaan. 

Boorbedrijven boren gemiddeld tussen de 80 en 200 meter diep in de bodem en raken daarmee bodemlagen die het drinkwater van nature beschermen. In het Besluit bodemkwaliteit is geregeld dat bij aanleg van bodemenergiesystemen geen extra risico's mogen ontstaan voor de bodem en het grondwater. In de Signaalrapportage van de ILT worden vier mogelijke risico's bij aanleg van gesloten bodemenergiesystemen beschreven en vervolgens aanbevelingen gegeven hoe deze kunnen worden voorkomen:

a.    Fouten bij het afvullen van boorgaten: bij de aanleg van gesloten systemen moeten de kleilagen die het diepe grondwater beschermen, na het doorboren weer goed worden hersteld. Als dat niet gebeurt, kan dit een risico vormen voor de kwaliteit van het grondwater. In de huidige protocollen staan onvoldoende eisen voor de technische eigenschappen van het afdichtmiddel dat gebruikt mag worden, waardoor bij het afdichten van boorgaten milieuschadelijke stoffen worden gebruikt. Door het stellen van duidelijke eisen aan welk afvulmiddel is toegestaan, kunnen milieurisico's worden voorkomen.

b.    Gebruik milieugevaarlijke stoffen tijdens werkzaamheden: om te voorkomen dat boorstangen – die middels een schroefverbinding aan elkaar worden verbonden – vast komen te zitten, worden soms schadelijke smeermiddelen gebruikt. De ILT pleit voor het verbieden van dergelijke milieuschadelijke middelen en stelt het gebruik van alternatieve, milieuvriendelijke middelen voor.

c.    Werkzaamheden op verontreinigde locaties: bedrijven hebben onvoldoende inzicht in de kwaliteit van de bodem per locatie, waardoor kans op verontreiniging kan ontstaan. Deze informatievoorziening moet worden verbeterd.

d.    Omgevingsdiensten en gemeenten moeten prioriteit geven aan het houden van toezicht op de aanleg van bodemenergiesystemen: boorbedrijven moeten worden verplicht om de locatie en tijd van de uitvoering van de boring voor alle toezichthouders inzichtelijk te maken. Naast de omgevingsdiensten en gemeenten, blijft de inspectie van de ITL de aanleg van bodemenergiesystemen steekproefsgewijs in de gaten houden.

Aandachtspunten gesloten systemen

In de Signaalrapportage pleit de ILT voor het hanteren van een juiste werkwijzen bij bedrijven en versterking van toezicht door omgevingsdiensten en gemeenten bij de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen. Door het verplicht stellen van het gebruik van de juiste technieken en middelen kan worden voorkomen dat drinkwatervoorraden raken verontreinigd.  

De ILT heeft op 24 maart jl. de Signaalrapportage toegestuurd aan staatssecretaris Van Veldhoven. Vervolgens is de Signaalrapportage op 10 mei jl. naar de Tweede Kamer verzonden. 

Deze blog is geschreven met hulp van onze werkstudent Selin Gönül.

 

 

 

 

Cookie notice

Our website only uses cookies when you play video content. Video content is streamed from Vimeo. Our website does not use tracking cookies and/or third party cookies when you do not play video content. Please read the privacy/cookie policy for more information.