Overslaan en naar de inhoud gaan

Hoe kunnen we u helpen?

  • Laatst bijgewerkt: 24-04-2020

Nu de ontwikkelingen rondom COVID-19 zich verder ontvouwen, kan het voor zowel kredietgevers als kredietnemers nuttig zijn om de contractuele voorwaarden en afspraken te identificeren die relevant kunnen worden voor het bepalen van de potentiële impact van een pandemie. De meeste van deze voorwaarden maken deel uit van de standaarddocumentatie van de Loan Market Association (LMA) en kunnen ook in andere kredietdocumenten worden gevonden. Deze voorwaarden moeten altijd worden bekeken tegen de achtergrond van de specifieke kredietovereenkomst waarin ze al dan niet zijn opgenomen. Dit zijn de meest relevante voorwaarden:

Material Adverse Effect

Bij financiële transacties is het equivalent van een Material Adverse Change (MAC) een Material Adverse Effect (MAE). De standaarddocumentatie van de LMA bevat een zeer ruime bepaling, op grond waarvan kredietgevers de lening kunnen opeisen en hun zekerheidsrechten kunnen executeren als zich “any event or circumstance occurs which the Majority Lenders reasonably believe has or is reasonably likely to have a Material Adverse Effect.”. Een MAE wordt onder andere gedefinieerd als “a material adverse effect on the business, operations, property, condition (financial or otherwise) or prospects of the Group taken as a whole”.

De tekst van deze standaardbepaling is optioneel, dus de specifieke formulering moet per geval worden bekeken om tot een oordeel te komen of de COVID-19-uitbraak valt onder de definitie van een MAE. Er zijn weinig richtlijnen en precedenten inzake de exacte betekenis van dit begrip. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat het uitmaakt of het COVID-19 formeel tot pandemie is uitgeroepen.

Zoals we zagen bij eerdere situaties van macro-economische neergang – zoals bijvoorbeeld de kredietcrisis van 2007-2008 en meer recentelijk: brexit – geven  kredietgevers de voorkeur aan eenvoudig aantoonbare gronden van verzuim, zoals wanbetaling of de schending van een bankconvenant, voordat ze overgaan tot opeising van de lening of het executeren van zekerheidsrechten.

Bovendien kan een rechter oordelen dat het inroepen van een MAE-verzuim veroorzaakt door de COVID-19-uitbraak onder de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dit zou ertoe leiden dat de rechter het de kredietgever niet toestaat om zijn contractuele rechten tot opeising en executie enkel op deze grondslag uit te oefenen.

Draw-stops

Ook als een kredietgever aarzelt om over te gaan tot opeising of executie van zekerheidsrechten uitsluitend vanwege een MAE, kan de MAEer desondanks toe leiden dat de kredietgever weigert om nieuw (niet doorrollend) krediet te verschaffen onder een werkkapitaalfaciliteit. Dit kan een aanmerkelijk negatief effect hebben op de liquiditeit van een onderneming, aangezien haar behoeften aan werkkapitaal waarschijnlijk zullen toenemen als COVID-19 een nadelige impact heeft op haar bedrijfsvoering en de bedrijfsvoering van haar toeleveranciers.

Financial covenants

Kredietovereenkomsten worden zodanig opgesteld dat zij ervoor zorgen dat de kredietgever zo vroeg mogelijk op de hoogte is van eventuele financiële nood bij een kredietnemer. Om deze reden worden boekhoudkundige afspraken zoals een cashflow-dekkingsratio, een rentedekkingsratio en een hefboomratio, opgenomen in de kredietovereenkomst en gedurende het hele jaar op vaste data getest. De nadelige effecten van COVID-19 op een bedrijf kunnen leiden tot schending van één of meer van deze afspraken, wat er vervolgens toe kan leiden dat de kredietgever de lening opeist en de zekerheidsrechten executeert. Daarnaast is het verstandig om te controleren of de kredietovereenkomst vereist dat de kredietnemer de kredietgever proactief informeert over dergelijke ontwikkelingen.

Vergoedingen

Daarnaast kunnen kredietgevers overwegen om bepaalde vergoedingen, die op grond van de kredietdocumentatie zijn verschuldigd, te verhogen vanwege de impact van de COVID-19-uitbraak op het risicoprofiel van de onderneming. De Algemene Bankvoorwaarden kennen aan Nederlandse banken het recht toe om tarieven te verhogen indien bijvoorbeeld het risicoprofiel van een onderneming (nadelig) verandert, tenzij de bank met zijn klant voor een vaste periode een vaste vergoeding heeft afgesproken.

Cross defaults

Cross default-bepalingen zijn vaak te vinden in kredietovereenkomsten. De reden voor het opnemen van zo'n bepaling is dat indien een overeenkomst met een andere crediteur niet wordt nagekomen, dit wellicht ook kan gebeuren ten aanzien van de onderhavige (krediet)overeenkomst. Met andere woorden: een MAE-verzuim in één kredietovereenkomst kan leiden tot een cross default-verzuim bij andere (krediet)overeenkomsten.

Of de COVID-19-situatie een MAE-verzuim oplevert, valt nog te bezien. Bovendien staan banken en andere kredietgevers voor moeilijke beleidsbeslissingen met betrekking tot de vraag hoe moet worden omgegaan met de impact van COVID-19 op de financiële gezondheid van hun kredietnemers. In ieder geval raden we kredietnemers en kredietgevers aan om in een vroeg stadium bij elkaar te komen om de situatie te bespreken en te beoordelen of – indien gewenst – tijdelijk afstand moet worden gedaan van bepaalde verzuimgronden.

Cookie melding

Onze website gebruikt alleen cookies wanneer er video's afgespeeld worden. De video's worden gestreamd vanaf YouTube, een service van Google. Onze website gebruikt geen tracking cookies en/of derde partij cookies als er geen video content afgespeeld wordt. Hier vindt u de privacy/cookie policy voor meer informatie.