Overslaan en naar de inhoud gaan

Hoe kunnen we u helpen?

  • Laatst bijgewerkt: 15-04-2020

Q&A door NautaDutilh

Kort na de eerste overheidsmaatregelen ter bestrijding van het Covid-19 virus, hebben de hoven en rechtbanken zelf onmiddellijk een aantal maatregelen genomen. Van zijn kant heeft het College van Hoven en Rechtbanken richtlijnen uitgevaardigd (waarvan de concrete invulling in de praktijk soms varieert per gerecht). Op 9 april 2020 is dan "Koninklijk Besluit nr. 2" (hierna "KB nr. 2") uitgevaardigd dat nieuwe wettelijke maatregelen afkondigt specifiek met betrekking tot de termijnen in de burgerlijke rechtspleging en de schriftelijke behandeling van zaken (zonder pleidooien). Aan de hand van deze Q&A wordt op beknopte wijze een praktisch antwoord gegeven op de voornaamste vragen. Dit betreft enkel de procedures voor de hoven en rechtbanken in burgerlijke (incl. commerciële) zaken, niet in straf-en tuchtprocedures. 

Wat gebeurt er met de vastgestelde pleitzittingen?

KB nr. 2 bepaalt dat alle zaken die zijn vastgesteld voor behandeling op pleitzittingen tussen 11 april en 3 juni 2020 in principe schriftelijk behandeld zullen worden. De rechter zal de zaak dan in beraad nemen, louter op basis van de conclusies en de stukken, en dus zonder dat er mondelinge pleidooien worden gehouden. In dit geval loopt de behandeling van de zaak géén vertraging op. Heeft een partij nog niet al haar stukken ingediend, dan moet ze dit doen uiterlijk binnen de 8 dagen na de oorspronkelijke datum van de pleidooien. Uiterlijk binnen een maand na de oorspronkelijk voorziene pleitdatum (of na de indiening van de stukken) kan de rechter mondelinge opheldering vragen aan de partijen, eventueel per videoconferentie.

Een partij die niet akkoord gaat met het principe van de schriftelijke behandeling, moet dit schriftelijk en gemotiveerd laten weten aan de rechter, uiterlijk één week voor de normaal voorziene datum voor pleidooien. 

Er zijn aldus drie hypotheses: 

  1. Geen enkele partij verzet zich: de zaak wordt in principe schriftelijk behandeld, maar de rechter behoudt de beoordelingsbevoegdheid bedoeld hieronder in hypothese 3, tenzij partijen uitdrukkelijk hun akkoord met schriftelijke behandeling hebben meegedeeld (art.755 Ger.W.);
  2. Alle partijen verzetten zich: er komt geen schriftelijke behandeling; de zaak wordt uitgesteld voor pleidooien op een bepaalde of onbepaalde datum;
  3. Een of meer, maar niet álle partijen verzetten zich: dan beslist de rechter hoe de zaak behandeld wordt, op grond van de stukken/opmerkingen die hij ontving. De rechter beschikt hierbij over een brede beoordelingsbevoegdheid en kan (i) de geplande zitting laten doorgaan, fysiek dan wel via videoconferentie; (ii) de zaak uitstellen op onbepaalde of bepaalde datum of (iii) de zaak in beraad nemen zonder pleidooi. 

Het kan dus zeker de moeite lonen om bezwaar te maken indien men geen schriftelijke behandeling wenst. 

Voordat KB nr. 2 er kwam, was het zo dat dringende zaken vaak wél nog gepleit konden worden, in de rechtbank of via een WebEx-videoconferentie. Onder KB nr. 2 zijn dringende zaken niet uitgesloten van schriftelijke behandeling. Maar de hoogdringendheid kan een factor zijn voor de beoordeling die de rechter heeft onder KB nr. 2. De vraag of een zaak "dringend" is en dus geniet van bepaalde uitzonderingen op de regels, is niet geregeld in KB nr. 2. Deze beoordeling dient gemaakt te worden per zaak en verschilt overigens per rechtbank (men kan de richtlijnen van de rechtbanken hier raadplegen). Doorgaans worden onder meer kortgedingen, beslagzaken en (bepaalde) insolventieprocedures als dringend beschouwd, doch andere gevallen zijn mogelijk. 

Wat gebeurt er met de lopende conclusiekalenders? 

Conclusietermijnen die verstrijken tussen 9 april en 3 mei 2020 worden van rechtswege verlengd met één maand te rekenen vanaf 3 mei 2020, zijnde momenteel de datum vooropgesteld als het einde van de Corona-maatregelen. Daaropvolgende conclusietermijnen schuiven mee op. Deze termijnen worden dus niet zelf verlengd, maar beginnen noodzakelijkerwijze later te lopen omwille van de verlenging van de voorgaande termijn die verstreek in de crisisperiode. 

  • Voorbeeld: A moet normaal een conclusie indienen op 16 april 2020. Ingevolge het KB wordt deze termijn nu automatisch verlengd tot 3 juni 2020. B moest zijn conclusie oorspronkelijk indienen op 16 mei 2020, één maand na A. Welnu, de conclusietermijn van 1 maand van B schuift op met de duur van de verlenging die A kreeg en begint daardoor te lopen vanaf 3 juni en verstrijkt dus op 3 juli 2020.

Deze aanpassing van de conclusiekalenders kan gevolgen hebben voor de rechtsdag. Indien de pleidooien staan vastgesteld op minder dan één maand te rekenen vanaf de laatste aangepaste conclusietermijn, dan wordt de rechtsdag verplaatst naar de eerst mogelijke zitting één maand na die laatste conclusietermijn. Uiteraard zal een en ander afhankelijk zijn van de beschikbaarheden van het gerecht in kwestie. Daarbij zal men noteren dat door deze regel een aantal zaken opnieuw zullen moeten vastgesteld worden en dat in principe de pleitzittingen van de meeste rechtbanken en hoven sowieso al opgevuld zijn de komende maanden tot een jaar of meer.

  • In ons zelfde voorbeeld: stel dat de rechtsdag gepland stond voor 16 juli 2020. Dan kan deze niet langer doorgaan, want tussen de laatste conclusie van 3 juli en de rechtsdag van 16 juli is minder dan één maand. Deze rechtsdag zal dan worden verplaatst (ten vroegste naar 3 augustus 2020). 

Wat zijn de mogelijkheden om van deze regeling af te wijken?

  • Als alle partijen akkoord gaan, kunnen zij besluiten om vast te houden aan de oorspronkelijke conclusiekalender, zonder verlenging. Vele partijen hebben hier immers geen behoefte aan, zoals de praktijk tot aan de publicatie het KB nr. 2 heeft aangetoond. Dit zal dan aan de rechtbank/het hof gecommuniceerd moeten worden.
  • In dezelfde zin kan, indien de laatste conclusietermijn verstrijkt in de periode tussen 9 april en 3 mei, de betrokken partij o.i. afstand doen van de verlenging en conclusie nemen op de oorspronkelijke datum, zodat de rechtsdag kan behouden blijven.
  • Indien partijen géén akkoord bereiken, kan elke partij nog steeds de rechter verzoeken om de verlenging van de termijnen niet toe te passen. Men zal dan wel moeten kunnen aantonen dat "voortzetting van de rechtspleging spoedeisend is en vertraging gevaar oplevert", waarna de rechter vrij beslist. Indien een zaak dringend is (bv. beslag), komt het er dus op aan dit goed te motiveren.

Wat met de andere termijnen die vervallen in de crisisperiode?

Vervaltermijnen, zoals een verjaringstermijn of een termijn voor het instellen van een rechtsmiddel (bv. hoger beroep) worden eveneens verlengd met één maand vanaf 3 mei 2020. 

  • Voorbeeld: een termijn om hoger beroep in te stellen die verstrijkt op 24 april 2020, wordt automatisch verlengd tot 3 juni 2020. 

Kan ik momenteel een nieuwe zaak voor de rechter brengen? 

Er is een richtlijn van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders die voorschrijft dat men enkel nog kan dagvaarden voor dringende zaken. Maar zelfs voor zaken waar de dagvaarding dringend is, zijn er beperkingen aan het moment waarop de zaak wordt ingeleid. Meestal zal een inleiding pas mogelijk zijn ná 19 april 2020 (wellicht verlengd tot 3 mei 2020), maar de inleiding kan sneller bij bijzondere hoogdringendheid (zoals kort geding) of soms mits de voorafgaande toestemming van de voorzitter van de desbetreffende rechtbank. Hier bestaat geen uniforme praktijk.

Wat met inleidingszittingen? 

Op de inleidingszittingen is het moeilijk om social distancing te waarborgen. Al snel werd door vele rechtbanken en hoven beslist deze niet langer te laten doorgaan en de zaken uit te stellen naar een latere datum (bv. juni) of onbepaald uit te stellen. Uitzonderingen zijn mogelijk in dringende zaken en afhankelijk van het concrete gerecht. Partijen kunnen altijd schriftelijk onderling een conclusiekalender overeenkomen, zowel tegen de oorspronkelijke zitting als nadien (ook nog vóór de nieuwe zitting). 

Kan de datum van 3 mei 2020 nog veranderen? 

Hiervoor hebben wij uitgelegd dat de noodregeling inzake verlenging van termijnen en schriftelijke behandeling enkel van toepassing is op termijnen of pleidooien die plaatsvinden vanaf KB nr. 2 van 9 april tot en met 3 mei 2020. In het bijzonder is de verlenging van termijnen dus niet retroactief van toepassing op termijnen die verstreken sinds het begin van de Corona-maatregelen op 18 maart 2020.

Belangrijk is dat deze datum van 3 mei 2020 nog kan wijzigen in functie van een eventuele verlenging van de "corona-maatregelen". De conclusietermijnen en vervaltermijnen zullen dan nog verder opschuiven en nog meer zaken zullen onder het principe van de schriftelijke behandeling vallen.

Tot slot 

In de huidige omstandigheden is het belangrijk dat duidelijk wordt gecommuniceerd zowel tussen advocaten als naar het relevante gerecht toe. Verder is het, zeker bij twijfel of bijzondere situaties (bv. is de zaak "dringend"?), aangewezen de concrete situatie na te gaan voor het relevante gerecht ter bevestiging, nu de praktijken niet uniform zijn. Zie o.m. op deze website.

Indien u nog verdere vragen heeft, aarzel dan niet ons te contacteren. 

Op de hoogte blijven van onze publicaties op het gebied van de juridische gevolgen rondom COVID-19? Meld je dan hier aan. We sturen je dan eens in de week een overzicht met nieuwe artikelen op de website.

Cookie melding

Onze website gebruikt alleen cookies wanneer er video's afgespeeld worden. De video's worden gestreamd vanaf YouTube, een service van Google. Onze website gebruikt geen tracking cookies en/of derde partij cookies als er geen video content afgespeeld wordt. Hier vindt u de privacy/cookie policy voor meer informatie.