Overslaan en naar de inhoud gaan

Hoe kunnen we u helpen?

  • Laatst bijgewerkt: 26-03-2020

Deze bijdrage richt zich op vragen over de rechten en plichten van de Nederlandse overheid en overheidsinstanties. Het geeft een overzicht van de bestuurlijke middelen die van belang zijn bij een bedreiging van de volksgezondheid als gevolg van een (internationale) uitbraak van een epidemie zoals het coronavirus.

Wet op de volksgezondheid: Opname van COVID-19 als Groep A Ziekte

Op 28 februari 2020 heeft Bruno Bruins, minister voor Medische Zorg en Sport een (hier beschikbare) regeling uitgevaardigd die met onmiddellijke ingang het toepassingsgebied van de als 'groep A' bestempelde besmettelijke ziekten in de zin van de Wet Publieke Gezondheid uitbreidt tot de ziekte die wordt veroorzaakt door de nieuwe stam van het coronavirus (COVID-19).

Als gevolg daarvan zijn alle bepalingen van de Wet Publieke Gezondheid die betrekking hebben op de bestrijding van groep A-ziekten, waaronder MERS (Middle East Respiratory Syndrome) en SARS (Severe Acute Respiratory Syndrome), van toepassing op COVID-19.

Dit betekent dat de minister voor Medische Zorg en Sport verantwoordelijk is voor de leiding en bestrijding van deze ziekte, alsook voor het vaststellen van de bestrijdingsmaatregelen. De voorzitters van de betrokken veiligheidsregio's en de gemeentelijke gezondheidsdiensten (GGD) blijven verantwoordelijk voor de uitvoering van deze maatregelen. Hierdoor is het voor de minister mogelijk een landelijk uniforme aanpak te coördineren.

Potentiële inperkingsmaatregelen van GGD's

  • Een van de toepasselijke inperkingsmaatregelen is de verplichting voor artsen om de gemeentelijke gezondheidsdienst op de hoogte te stellen als er een coronavirusinfectie wordt vastgesteld of vermoed.
  • De gemeentelijke gezondheidsdienst is op zijn beurt verplicht het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieubescherming (RIVM) op de hoogte te stellen.
  • De voorzitter van de betreffende veiligheidsregio is bevoegd beheersingsmaatregelen te bevelen, zoals het isoleren van (potentieel) geïnfecteerde personen, onder meer door het opleggen van een verbod op het verrichten van beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden en/of quarantaine.
  • Verdere bevoegdheden zijn het geheel of gedeeltelijk sluiten van gebouwen of terreinen, het uitvaardigen van een verbod op het gebruik van bepaalde transportmiddelen en/of het vernietigen van goederen, alsmede het geven van instructies aan transport-, luchthaven- en havenautoriteiten.

Binnen acht weken na totstandkoming van deze regeling dient een wetsvoorstel strekkende tot uitbreiding van de Wet publieke gezondheid tot COVID-19 te worden toegezonden aan de Tweede Kamer. Indien de Tweede Kamer het voorstel afwijst, wordt de ministeriële regeling van 28 februari 2020 ingetrokken.

Landelijke maatregelen - noodtoestand 

In uitzonderlijke omstandigheden kan de regering bij koninklijk besluit de (beperkte of algemene) noodtoestand uitroepen om vitale belangen, waaronder de volksgezondheid en de openbare veiligheid, te beschermen tegen verstoringen zoals epidemieën (artikel 103 van de Grondwet in samenhang met de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden).

Indien de noodtoestand wordt afgekondigd en de normale wettelijke bevoegdheden ontoereikend worden geacht, kan de regering maatregelen nemen die afwijken van de bevoegdheden waarover de lokale en regionale overheden normaal gesproken beschikken.

Daarnaast kan de regering maatregelen nemen die bepaalde fundamentele vrijheden beperken of daar anderszins van afwijken, waaronder de vrijheid van vereniging, de vrijheid van vergadering en betoging en het verbod op het betreden van een woning zonder toestemming van de bewoner.

In geval van het uitroepen van de noodtoestand kunnen verschillende wetten worden ingeroepen. Zo zijn er wetten die de continuïteit van de voedselvoorziening beogen te regelen, zoals de Hamsterwet, de Prijzennoodwet en de Noodvoedselvoorziening. Daarnaast valt ook te denken aan de Noodwet geneeskundigen die de inzet van medisch personeel in noodsituaties regelt.

Op basis van de parlementaire geschiedenis van de Nederlandse Grondwet lijkt het erop dat de wetgever ook ongeschreven noodbevoegdheden heeft willen toestaan die onder bijzondere omstandigheden in een noodtoestand kunnen worden gebruikt. Dit betekent dat het in theorie mogelijk zou moeten zijn om noodbevoegdheden op maat te maken voor een specifieke noodtoestand. In de praktijk gebeurt dit zelden of nooit.

Gemeentelijke maatregelen

Op gemeentelijk niveau heeft de burgemeester in het geval van rampen of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, ongeacht of de noodtoestand is afgekondigd, de bevoegdheid de bevelen uit te vaardigen die hij noodzakelijk acht voor de handhaving van de openbare orde en de beperking van het gevaar.

Deze bevoegdheid mag, net als in het geval van een noodtoestand, slechts worden uitgeoefend voor zover er vitale belangen in het geding zijn en de normale wettelijke bevoegdheden ontoereikend worden geacht.

In het verleden zijn bij uitbraken van besmettelijke pluimvee- en veeziekten noodverordeningen uitgevaardigd om de toegang tot bepaalde gebieden te beperken en de verwijdering van de besmette dieren te regelen. Andere voorbeelden betreffen het faciliteren van tijdelijke huisvesting voor kwetsbare personen.

Cookie melding

Onze website gebruikt alleen cookies wanneer er video's afgespeeld worden. De video's worden gestreamd vanaf YouTube, een service van Google. Onze website gebruikt geen tracking cookies en/of derde partij cookies als er geen video content afgespeeld wordt. Hier vindt u de privacy/cookie policy voor meer informatie.