Overslaan en naar de inhoud gaan

Hoe kunnen we u helpen?

  • Laatst bijgewerkt: 15-05-2020

Update 15 mei 2020: het ging snel de afgelopen dagen met de discussie omtrent het tijdelijk gedogen van de uitgifte van vouchers voor geannuleerde vliegtickets, in plaats van het bieden van financiële compensatie. De Europese Commissie tikte in een mededeling van 13 maart 2020 verscheidene lidstaten op de vingers en leek even ook te dreigen met een zogeheten inbreukprocedure bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (ook wel beroep wegens niet-nakoming genoemd, of infractieprocedure): de Commissie vindt dat passagiers altijd de keuze moeten krijgen tussen een voucher en terugbetaling, juist nu niet alleen bedrijven, maar ook consumenten het door de coronacrisis financieel moeilijk hebben. Waar Rutte eerst nog aangaf dat Nederland het voorlopig zou blijven toestaan dat reisorganisaties en luchtvaartmaatschappijen vouchers uitgeven, liet Minister Van Nieuwenhuizen Wijbenga gisteren (14 mei 2020) in een kamerbrief weten te hebben besloten de eerdere aanwijzing aan de ILT tijdelijk niet te handhaven op de verplichting tot terugbetaling onder Verordening nr. 261/2004 in te trekken. Dit betekent dat consumenten toch binnen 7 dagen hun geld moeten kunnen terugkrijgen na een geannuleerde vlucht (art. 8 Verordening Nr. 261/2004). 

Uit de aanbeveling van de Europese Commissie van eveneens 13 maart 2020 blijkt dat het consumenten vrij staat om – net als voor de coronacrisis – op vrijwillige basis alsnog een voucher te accepteren. De Commissie moedigt het accepteren van vouchers in de huidige situatie ook aan, maar benadrukt dat de vouchers een aantrekkelijk en betrouwbaar alternatief moeten bieden. De vouchers moeten onder meer beschermd zijn tegen het eventuele faillissement van de luchtvaartmaatschappij en moeten na niet meer dan een jaar (12 maanden) alsnog in geld kunnen worden omgezet. De Commissie moedigt lidstaten dan ook aan na te denken over het implementeren van een garantiefonds. De Consumentenbond, de ANWB en de ACM pleitten hier eerder ook al voor. Minister Van Nieuwen Huizen Wijbenga heeft aangegeven zich te blijven inzetten voor een Europees garantiefonds. Daarnaast moedigt zij, vanwege de uitzonderlijke situatie die is ontstaan vanwege Covid-19, passagiers aan om, indien het voor hen financieel niet bezwaarlijk is, de vouchers die luchtvaartmaatschappijen aanbieden toch te accepteren. 

De aanbevelingen van de Europese Commissie zijn niet bindend. De sneltreinvaart waarmee het kabinet een 180 graden draai heeft gemaakt en heeft besloten de eerdere aanwijzing aan de ILT de uitgifte van vouchers tijdelijk te gedogen, in te trekken, toont echter het gezag van de aanbevelingen van de Europese Commissie. 


Door de uitbraak van het coronavirus zien luchtvaartmaatschappijen zich wereldwijd geconfronteerd met vliegverboden en negatieve reisadviezen. Vluchten worden geannuleerd, terwijl er hoge mate van onzekerheid is over de beschikbaarheid van toekomstige vluchten. Daarnaast beschikken luchtvaartmaatschappijen, mede door het huidige gebrek aan inkomsten, over onvoldoende liquide middelen om op korte termijn alle vliegtickets terug te betalen.

Het kabinet heeft daarom op 30 maart 2020 bij Kamerbrief laten weten het gebruik van vouchers vanwege het coronavirus tijdelijk een acceptabel alternatief te vinden voor terugbetaling van het vliegticket binnen 7 dagen. Het gaat hierbij om een ‘gedoogregeling’, want het aanbieden van dergelijke vouchers is op grond van de Europese Verordening Nr. 261/2004 verboden. Dit is dezelfde Verordening die de afgelopen jaren in het nieuws is geweest, omdat deze het recht op compensatie bij vertraagde vluchten bevat, althans, volgens het Hof van Justitie sinds het Sturgeon-arrest. Het gaat hierbij om vluchten die vertrekken uit of landen in de Europese Unie.

Gedoogregeling

Minister Cora van Nieuwenhuizen Wijbenga, minister van Infrastructuur en Waterstaat, heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) daarom de ‘aanwijzing’ gegeven tijdelijk niet te handhaven op de verplichting tot terugbetaling onder Verordening nr. 261/2004 als een luchtvaartmaatschappij hier – omwille van de coronacrisis – stelselmatig mee in strijdt handelt door plaatsvervangende uitgifte van vouchers. De Minister maakt hiertoe gebruik van haar wettelijke bevoegdheid tot het geven van aanwijzingen aan een rijksinspectie (aanwijzing 14(1) van de als bijlage bij de Regeling vaststelling Aanwijzingen inzake de rijksinspecties gevoegde Aanwijzingen inzake de rijksinspecties). De ILT, die opereert onder verantwoordelijkheid van de Minister, moet diens aanwijzingen (instructies) opvolgen.

Deze uitzondering geldt alleen onder voorwaarde dat:

  1. de vouchers maximaal twaalf maanden geldig zijn; 
  2. passagiers na verloop van de vouchers het ongebruikte deel ervan krijgen uitbetaald; en 
  3. het initiatief om tot uitbetaling over te gaan bij de luchtvaartmaatschappij ligt.

Luchtvaartmaatschappijen moeten hierover helder (en tijdig) communiceren met hun klanten.

De Minister kondigt aan dat deze aanwijzing op korte termijn in een beleidsregel zal worden vastgelegd. Deze beleidsregel zal op de dag dat deze in de Staatscourant wordt gepubliceerd in werking treden, met terugwerkende kracht tot en met 1 maart 2020, en zal in eerste instantie gelden tot en met 30 juni 2020. Later wordt door de Minister beoordeeld of – in het licht van de coronaproblematiek – verlenging van deze uitzonderingsregel nodig is. 

Juridisch is dit een opvallende stap, omdat er in Nederland nog maar weinig wordt gedoogd de afgelopen decennia. Ook buiten het ruimtelijk ordeningsrecht geldt immers een 'beginselplicht tot handhaving' van overtredingen. En dat geldt eens te meer bij het effectief afdwingen van naleving van dwingend Europees recht, gelet op het beginsel van Unietrouw (art. 4 VEU). In die zin is het de vraag of deze gedoogregels een toets aan Europees recht zullen kunnen doorstaan als consumenten(organisaties) deze voorleggen aan het HvJEU. Maar begrijpelijk vinden wij ook dat de Minister niet afwacht tot de Europese Commissie met een dergelijke regeling komt. Zo heeft het bijvoorbeeld weken geduurd voordat de Europese Commissie de EU Slotverordening wat betreft 'historische rechten' per 1 april 2002 (tijdelijk) aanpaste aan de coronasituatie, om te voorkomen dat er lege vliegtuigen landen en opstijgen om hun recht op reeksen 'slots' te behouden. 

Kritiek

Hoewel de regeling door de luchtvaartbranche positief is ontvangen, zijn onder meer de Nederlandse Consumentenbond, de ANWB en de Autoriteit Consument en Markt (ACM) nog kritisch over de voorwaarden. Daarnaast signaleren de Consumentenbond en de ANWB een forse afname in consumentenvertrouwen, omdat onvoldoende toezicht wordt gehouden op de correcte naleving van de gedoogregeling. De Consumentenbond en de ANWB stuurden hierover op 14 april 2020 een brief aan de Minister.

Het grootste bezwaar van de Consumentenbond, de ANWB en de ACM is dat de reiziger onder de huidige voorwaarden het risico loopt dat zijn voucher waardeloos is als zijn luchtvaartmaatschappij failleert – een scenario dat in de huidige omstandigheden niet ondenkbaar is. Zij pleiten daarom voor een garantiefonds op grond waarvan de overheid of een derde partij garant staat voor het terugbetalen van de vliegtickets als de luchtvaartmaatschappij omvalt. 

Of het kabinet met deze voorwaarde instemt, is nog maar de vraag: de Consumentenbond pleitte in november 2019 al voor een garantiefonds voor vliegtickets (zoals ook voor pakketreizen bestaat), maar dat voorstel werd op 12 maart 2020 door minister Van Nieuwenhuizen Wijbenga afgewezen.

De Consumentenbond en de ANWB vinden daarnaast de termijn van 12 maanden, waarna reizigers alsnog hun voucher kunnen inwisselen voor geld, te lang. Een termijn van 6 maanden, zoals ook door aanbieders van pakketreizen wordt gehanteerd, zou voldoende moeten zijn. 

De ACM benadrukt in algemene zin dat branches (niet beperkt tot de luchtvaart) die vouchers aanbieden voor producten of diensten waarvoor consumenten al (aan)betaald hebben, volwaardige vervanging moeten bieden: de voucher moet op een later tijdstip goed zijn voor een gelijk of goed vergelijkbaar product of dienst. In het geval van vliegtickets valt dan te denken aan vliegtickets met een vergelijkbare prijs.

Op de hoogte blijven van onze publicaties op het gebied van de juridische gevolgen rondom COVID-19? Meld je dan hier aan. We sturen je dan eens in de week een overzicht met nieuwe artikelen op de website.

Cookie melding

Onze website gebruikt alleen cookies wanneer er video's afgespeeld worden. De video's worden gestreamd vanaf YouTube, een service van Google. Onze website gebruikt geen tracking cookies en/of derde partij cookies als er geen video content afgespeeld wordt. Hier vindt u de privacy/cookie policy voor meer informatie.