Overslaan en naar de inhoud gaan

Hoe kunnen we u helpen?

  • Compliance & Business Integrity
  • 14-11-2019

Op 12 november 2018, ongeveer vier maanden nadat de vijfde anti-witwasrichtlijn in werking is getreden, is de zesde anti-witwasrichtlijn ("AMLD6") gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. AMLD6 is bedoeld om de vierde anti-witwasrichtlijn aan te vullen en te versterken, door minimumregels vast te stellen voor de strafrechtelijke aansprakelijk voor witwassen. Uiterlijk 3 december 2020 moet AMLD6 door de lidstaten geïmplementeerd zijn in de nationale wetgeving.

AMLD6 stelt onder meer minimumregels vast voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid voor witwassen door (i) de definitie van strafbare feiten die als gronddelict voor witwassen moeten worden beschouwd vast te stellen, (ii) minimale sancties vast te stellen en de (iii) strafrechtelijke aansprakelijkheid uit te breiden tot rechtspersonen.

Gronddelicten voor witwassen
Allereerst wordt in de toelichting op AMLD6 aangekaart dat de huidige strafbaarstelling van witwassen in de lidstaten niet coherent genoeg is om witwassen in de hele Europese Unie te bestrijden. Hierdoor ontstaan handhavingslacunes en belemmeringen voor de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten in de verschillende lidstaten. Om de strafbaarstelling van witwassen voldoende uniform te laten zijn in alle lidstaten, voorziet AMLD6 in minimumvoorschriften voor de definitie van strafbare feiten die door de lidstaten als gronddelicten voor witwassen moeten worden beschouwd. Er worden 22 gronddelicten (gedefinieerd als 'criminele activiteiten') genoemd in AMLD6, waaronder terrorisme, mensenhandel en migrantensmokkel, illegale wapenhandel en de namaak van producten.

Lidstaten dienen maatregelen te nemen om te zorgen dat bepaalde gedragingen (waaronder medeplichtigheid aan, de uitlokking van en de poging tot het plegen van deze gedragingen) strafbaar worden gesteld als er sprake is van opzet, te weten:

  1. de omzetting of overdracht van voorwerpen, wetende dat deze uit een criminele activiteit zijn verkregen, met het oogmerk de illegale herkomst ervan te verhelen of te verhullen of met het oogmerk een bij een dergelijke activiteit betrokken persoon te helpen aan de rechtsgevolgen van zijn daden te ontkomen;
  2. het verhelen of verhullen van de werkelijke aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing, rechten op of de eigendom van voorwerpen, wetende dat deze uit een criminele activiteit zijn verkregen;
  3. de verwerving, het bezit of het gebruik van voorwerpen, wetende, op het tijdstip van ontvangst, dat deze uit een criminele activiteit zijn verkregen.

Lidstaten moeten ervoor zorgen dat de onder 1) en 2) genoemde gedragingen ook strafbaar worden gesteld als witwassen, wanneer de pleger zelf ook het 'gronddelict' heeft gepleegd. Dit wordt "self-laundering" genoemd. Hierbij kan worden gedacht aan het overdragen of verhullen van gelden door een smokkelaar, die hij heeft verkregen uit mensenhandel.

Sancties
De lidstaten moeten maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat bovengenoemde gedragingen strafbaar worden gesteld met een maximumgevangenisstraf van ten minste vier jaar (voorheen nog één jaar). Ook moeten de lidstaten voorzien in aanvullende sancties en maatregelen, zoals boetes, tijdelijke of permanente uitsluiting van toegang tot overheidsfinanciering (waaronder aanbestedingsprocedures, subsidies en concessies), een tijdelijk verbod op het uitoefen van commerciële activiteiten, of een tijdelijk verbod op kandidaatstelling voor een verkozen of openbaar ambt.

Aansprakelijkheid van rechtspersonen
Tot slot breidt de richtlijn de strafrechtelijke aansprakelijkheid uit tot zowel rechtspersonen als natuurlijke personen die een leidende functie bekleden (vertegenwoordigers, besluitvormers of personen die bevoegd zijn om controle uit te oefenen) en, strafbare feiten plegen ten voordele van de rechtspersoon. Hieronder vallen tevens de situaties waarin het door een gebrek aan toezicht of controle door de natuurlijke persoon die leidinggeeft, mogelijk was voor een persoon onder diens gezag om het strafbare feit te plegen. Binnen de kaders van het op dit moment geldende Nederlandse strafrecht is het reeds mogelijk om rechtspersonen strafrechtelijk aansprakelijk te stellen (ex artikel 51 Wetboek van Strafrecht; zie ook het 'Drijfmest'-arrest).

Als voorbeeld voor sancties voor rechtspersonen noemt AMLD6: de uitsluiting van door de overheid verleende voordelen of steun, tijdelijke of permanente uitsluiting van toegang tot overheidsfinanciering (waaronder aanbestedingsprocedures, subsidies en concessies), een tijdelijk of permanent verbod op het uitoefenen van commerciële activiteiten, plaatsing onder toezicht van de rechter, een rechterlijk bevel tot liquidatie, of tijdelijke of permanente sluiting van vestigingen die zijn gebruikt voor het plegen van het strafbare feit.

Cookie melding

Onze website gebruikt alleen cookies wanneer er video's afgespeeld worden. De video's worden gestreamd vanaf YouTube, een service van Google. Onze website gebruikt geen tracking cookies en/of derde partij cookies als er geen video content afgespeeld wordt. Hier vindt u de privacy/cookie policy voor meer informatie.