Overslaan en naar de inhoud gaan

Hoe kunnen we u helpen?

  • Public law
  • 16-02-2017

Wanneer staat een afgeronde bestraffende procedure aan een andere, nieuwe procedure voor dezelfde overtreding - het zogenaamde 'ne bis in idem': 'niet twee keer voor hetzelfde' - in de weg?

Een recente uitspraak van het EHRM van 16 november 2016 geeft daarvoor enkele handvatten. Een eenmaal afgerond dossier betekent niet per definitie dat daarmee de kous voor de overtreder af is, aldus het EHRM in die zaak.

In de uitspraak ging het om twee procedures in Noorwegen tegen twee aandeelhouders die de verkoopwinst op hun aandelen niet hadden opgegeven aan de fiscus. Tegen hen werd zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk opgetreden. In het najaar van 2008 kregen de aandeelhouders een boete van de fiscus opgelegd ter hoogte van 30 procent van de nagevorderde belasting. En in 2009 legde de strafrechter voor dezelfde feiten en omstandigheden een gevangenisstraf van één jaar op, waarbij rekening gehouden werd met de reeds opgelegde fiscale boete.

Je zou op het eerste gezicht misschien denken dat het EHRM  in zo'n geval zou oordelen dat dit niet kan, omdat dit een schending is van het ne bis in idem-beginsel; twee keer straffen voor hetzelfde feit. Maar nee, zeggen in dit geval de zeventien Europese rechters.

Van schending van het ne bis in idem-beginsel is volgens het EHRM namelijk geen sprake als de twee procedures "have been sufficiently closely connected in substance and in time". Oftewel, als blijkt dat de procedures op een voldoende samenhangende manier zijn gecombineerd waardoor ze een zogenaamd 'coherent geheel' vormen ("have been combined in an integrated manner so as to form a coherent whole") komt het beginsel niet in het gedrang.

Factoren die erop duiden dat de procedures kunnen worden aangemerkt als sufficiently closely connected in substance and time zijn volgens het EHRM dat:

  • de twee verschillende procedures complementaire doelen nastreven en daardoor verschillende aspecten van hetzelfde 'sociale wangedrag' adresseren;
  • de cumulatie van de twee procedures voorzienbaar is;
  • de verschillende betrokken autoriteiten samenwerken of overleg hebben en daarbij met name de verzameling van het bewijs en de beoordeling daarvan één keer verrichten  en gebruiken in beide procedures; en
  • bovenal of de als eerst opgelegde sanctie verrekend wordt met de laatste op te leggen sanctie.

Aan de hand van een toepassing van deze factoren concludeert het EHRM in de Noorse zaak dat van schending van het ne bis in idem-beginsel inderdaad geen sprake was. Onder voorwaarden laat het EHRM toe dat hetzelfde 'sociale wangedrag' twee keer wordt bestraft.

Kortom, eenmaal beboet of gestraft betekent niet per definitie het sluiten van het dossier. Ook de rechtspraak van EHRM lijkt nu nog maar eens aan te geven dat de mogelijkheid bestaat dat een volgende sanctie met een (iets) ander doel en over een ander aspect van hetzelfde gedrag dat eventueel nog in voorbereiding is, volgt, waardoor - minst genomen gevoelsmatig - nogmaals wordt gestraft voor dezelfde kwestie.

Lees hier de uitspraak van het EHRM van 16 november 2016.

Cookie melding

Onze website gebruikt alleen cookies wanneer er video's afgespeeld worden. De video's worden gestreamd vanaf Vimeo. Onze website gebruikt geen tracking cookies en/of derde partij cookies als er geen video content afgespeeld wordt. Hier vindt u de privacy/cookie policy voor meer informatie.